“Genderneutraal opvoeden – hoe doe je dat eigenlijk?” is door Marion Middendorp geschreven voor Peuteren.nl
De term genderneutraal opvoeden roept bij veel ouders meteen vragen op. Betekent het dat je je kind geen jongen of meisje meer mag noemen? Dat je alle roze en blauwe kleding moet wegdoen? Of dat je als ouder een ingewikkelde ideologie moet volgen? In de praktijk blijkt het vaak veel eenvoudiger, dan het soms in discussies lijkt. Genderneutraal opvoeden gaat namelijk niet over het ontkennen van verschillen, maar over ruimte geven. Ruimte om te ontdekken wie je kind is, los van verwachtingen die al klaarliggen voordat een baby überhaupt kan lopen.

Wat betekent genderneutraal opvoeden eigenlijk?
Genderneutraal opvoeden betekent dat je je kind niet vastzet in vooraf bepaalde rollen of verwachtingen op basis van geslacht. Je probeert als ouder minder te sturen op wat “typisch jongensachtig” of “typisch meisjesachtig” zou zijn, en meer te kijken naar wat bij jouw kind past. Dat klinkt misschien theoretisch, maar het zit juist in hele kleine dagelijkse keuzes.
Denk aan opmerkingen als: “Jongens huilen niet”, of “Wat ben jij een stoer meisje”, of “Dat is een echte jongensspeelgoedauto.” Zulke zinnen lijken onschuldig, maar sturen ongemerkt wel gedrag. Kinderen leren al heel jong wat er blijkbaar van hen verwacht wordt. Genderneutraal opvoeden betekent dat je probeert die verwachtingen wat losser te laten, zodat een kind zich vrijer kan ontwikkelen.
Het gaat dus niet om het weghalen van identiteit, maar om het voorkomen dat een identiteit al wordt ingevuld voordat een kind daar zelf iets over kan zeggen.
Waarom kiezen ouders hiervoor?
Veel ouders merken dat ze hun kind zo open mogelijk willen laten opgroeien. Niet omdat ze een statement willen maken, maar omdat ze zien hoe snel kinderen in hokjes worden geplaatst. Een peuter die graag met poppen speelt, krijgt soms al opmerkingen als “dat is meer voor meisjes”. Een meisje dat klimt en ravot hoort ineens dat ze “wel erg wild” is.
Terwijl jonge kinderen zelf helemaal niet zo bezig zijn met die indelingen. Die willen gewoon ontdekken, spelen, bewegen, zorgen, bouwen, slopen en opnieuw beginnen.
Door minder nadruk te leggen op wat hoort bij jongens of meisjes, hopen ouders dat hun kind zich vrijer voelt om interesses te volgen, emoties te uiten en talenten te ontwikkelen. Dat kan bijdragen aan zelfvertrouwen, omdat een kind ervaart dat het goed is zoals het is, zonder eerst in een bepaald plaatje te hoeven passen.
Hoe ziet dat eruit in het dagelijks leven?
Genderneutraal opvoeden zit in gewone momenten aan de keukentafel, op de peuterspeelzaal of tijdens het aankleden. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor speelgoed dat niet per se op één rol gericht is. Dus naast auto’s ook een keukentje, naast poppen ook bouwblokken. Niet omdat alles moet, maar omdat alles mág. Het idee is dat een kind kan kiezen wat aanspreekt, zonder dat een ouder dat al heeft gefilterd.
Ook taal speelt een rol. In plaats van “Wat een stoere jongen” kun je zeggen: “Wat knap dat je dat probeert.” Daarmee complimenteer je gedrag in plaats van een rol. En in plaats van “Dat is een meisjeskleur” zeg je simpelweg: “Mooi hè, die kleur.” Het zijn kleine verschuivingen, maar ze maken dat een kind leert dat eigenschappen niet vastzitten aan jongen of meisje zijn, maar gewoon menselijke eigenschappen zijn.
Maar raken kinderen dan niet in de war?
Dat is een veelgehoorde zorg. Veel ouders zijn bang dat een kind zonder duidelijke kaders juist onzeker wordt. In werkelijkheid hebben jonge kinderen vooral behoefte aan liefde, veiligheid en voorspelbaarheid. Of een trui roze, blauw of groen is, maakt voor hun gevoel van geborgenheid weinig uit.
Onderzoek naar jonge kinderen laat zien dat zij identiteit juist stap voor stap ontwikkelen, in interactie met hun omgeving. Als die omgeving ruimte biedt, leren kinderen zichzelf kennen zonder druk om aan een bepaald beeld te voldoen.
Dat betekent niet dat je als ouder niets meer benoemt. Je kind blijft gewoon een jongen of meisje als dat zo is. Genderneutraal opvoeden gaat niet over ontkennen, maar over niet beperken.
Wat als je kind wél heel duidelijk “typisch jongen” of “typisch meisje” gedrag laat zien?
Dat gebeurt vaak. Sommige kinderen kiezen uit zichzelf voor prinsessenjurken, anderen willen alleen maar graafmachines. Genderneutraal opvoeden betekent niet dat je dat moet tegenhouden. Het betekent juist dat je daarin volgt, zonder het te sturen of groter te maken dan nodig.
Als een meisje elke dag een glitterjurk wil dragen, dan mag dat. Maar het hoeft niet meteen gekoppeld te worden aan uitspraken als “Want jij bent echt een meisje-meisje.” Je laat het gedrag gewoon bestaan, zonder er een label aan te hangen.
Zo blijft het een voorkeur, geen verwachting waar een kind later moeilijk onderuit komt.
Hoe ga je om met reacties van buitenaf?
Opa’s, oma’s, buren of andere ouders kijken soms anders naar opvoeding. Je kunt opmerkingen krijgen als: “Laat hem toch lekker een jongen zijn” of “Waarom doe je daar zo moeilijk over?”
Het helpt om te onthouden dat genderneutraal opvoeden geen alles-of-niets aanpak is. Je hoeft het niet uit te leggen als een groot principe. Vaak kun je simpel zeggen: “We laten hem gewoon ontdekken wat hij leuk vindt.”
De meeste mensen begrijpen dat eigenlijk heel goed, zeker als ze zien dat een kind gewoon vrolijk, veilig en zichzelf is.
Heeft het ook voordelen op latere leeftijd?
Kinderen die leren dat emoties, interesses en gedrag niet vastzitten aan hun geslacht, ontwikkelen vaak een bredere kijk op zichzelf en anderen. Ze leren bijvoorbeeld dat verdriet tonen normaal is, dat zorgen voor iemand geen “meisjesding” is, en dat kracht niet alleen fysiek hoeft te zijn.
Dat kan helpen bij sociale vaardigheden, empathie en zelfbeeld. Ze hoeven zich minder aan te passen aan een rol en durven vaker hun eigen keuzes te maken.
En misschien nog wel belangrijker: ze leren dat verschillen tussen mensen er mogen zijn, zonder dat die meteen een oordeel krijgen.
Je hoeft het niet perfect te doen
Geen enkele opvoeding is volledig neutraal. Ook ouders die hier bewust mee bezig zijn, gebruiken soms toch woorden of maken keuzes die meer traditioneel zijn. Dat is niet erg. Opvoeden is geen theorieboek, maar iets dat groeit met je kind.
Genderneutraal opvoeden is geen strak schema, maar een houding. Een manier van kijken waarbij je jezelf af en toe de vraag stelt: stuur ik nu omdat dit bij mijn kind past, of omdat ik gewend ben dat het zo hoort?
Alleen al die vraag kan genoeg zijn om net wat meer ruimte te geven.
Uiteindelijk draait het om hetzelfde als bij elke opvoeding
Of je nu bewust genderneutraal opvoedt of niet, de meeste ouders willen hetzelfde: een kind dat zich veilig voelt, zichzelf mag zijn en stevig in het leven komt te staan.
Genderneutraal opvoeden is geen doel op zich. Het is een hulpmiddel om dat mogelijk te maken. Niet door alles anders te doen, maar door soms even stil te staan bij wat je automatisch doet.
En misschien is dat wel de kern van moderne opvoeding: niet alles loslaten, maar bewust kiezen wat je wél wilt meegeven.
Lees ook
Knuffelen of laten huilen? Over opvoedadviezen die elkaar tegenspreken
Friemelen aan de geslachtsdelen bij jonge kinderen: wat betekent het en hoe ga je ermee om?
Bronvermelding
Afbeelding: 123rf.com

