“De menstruatiecyclus en zwanger worden” is door Marion Middendorp geschreven voor Peuteren.nl
Voor veel jonge ouders of wensouders is de menstruatiecyclus iets wat je wel globaal kent, maar waarvan de details vaak vaag blijven. Zeker als zwanger worden niet meteen lukt, kan die cyclus ineens een grote rol gaan spelen. Wanneer ben je vruchtbaar? Wanneer heeft vrijen zin en wanneer eigenlijk niet? En wat is nog normaal als je cyclus langer of juist korter is dan “gemiddeld”? In dit artikel nemen we je stap voor stap mee door de menstruatiecyclus en de relatie met zwangerschap, op een rustige en begrijpelijke manier.

Hoe ziet een normale menstruatiecyclus eruit?
De menstruatiecyclus begint op de eerste dag van je menstruatie en eindigt op de dag vóór je volgende menstruatie. Gemiddeld duurt een cyclus 28 dagen, maar alles tussen de 21 en 35 dagen wordt als normaal beschouwd. Dat betekent meteen iets belangrijks: er bestaat niet één vaste cyclus die voor iedereen geldt. Je lichaam volgt zijn eigen ritme en dat mag.
Tijdens de cyclus bereidt je lichaam zich voor op een mogelijke zwangerschap. Onder invloed van hormonen rijpt er een eicel in een van de eierstokken. Rond het midden van de cyclus komt deze eicel vrij: de eisprong, ook wel ovulatie genoemd. Wordt de eicel bevrucht, dan kan er een zwangerschap ontstaan. Gebeurt dat niet, dan volgt de menstruatie en begint alles opnieuw.
Wat gebeurt er tijdens de cyclus?
De eerste dagen van de cyclus bestaan uit de menstruatie. Het baarmoederslijmvlies dat in de vorige cyclus is opgebouwd, wordt afgestoten. Daarna begint je lichaam opnieuw met opbouwen. Het slijmvlies wordt dikker en voedzamer, klaar om eventueel een bevruchte eicel te ontvangen.
Rond de eisprong is je lichaam op zijn vruchtbaarst. Hormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijm en het slijm bij de baarmoederhals veranderen, zodat zaadcellen makkelijker kunnen overleven en zich kunnen voortbewegen. Dit is geen toeval, maar een slim afgestemd biologisch proces.
Wanneer ben je vruchtbaar?
Je bent niet de hele cyclus vruchtbaar. De vruchtbare periode beslaat slechts een beperkt aantal dagen. Zaadcellen kunnen in het vrouwelijk lichaam tot vijf dagen overleven, terwijl een eicel na de eisprong ongeveer 12 tot maximaal 24 uur bevrucht kan worden. Dat betekent dat je vruchtbare dagen beginnen vóór de eisprong en eindigen kort erna.
Veel vrouwen denken dat alleen de dag van de eisprong telt, maar juist de dagen ervoor zijn heel belangrijk. Vrijen in die periode vergroot de kans op zwangerschap aanzienlijk.
Vruchtbare dagen bij een cyclus van 28 dagen
Onderstaande tabel is gebaseerd op een gemiddelde cyclus van 28 dagen, waarbij de eisprong rond dag 14 plaatsvindt. Dit is een richtlijn, geen garantie, maar wel een handig uitgangspunt.
| Moment ten opzichte van ovulatie | Vruchtbaarheid |
|---|---|
| 6 dagen voor ovulatie | Niet vruchtbaar |
| 5 dagen voor ovulatie | Laag vruchtbaar |
| 4 dagen voor ovulatie | Laag vruchtbaar |
| 3 dagen voor ovulatie | Laag vruchtbaar |
| 2 dagen voor ovulatie | Zeer vruchtbaar |
| 1 dag voor ovulatie | Zeer vruchtbaar |
| Dag van de ovulatie | Zeer vruchtbaar |
| 1 dag na de ovulatie | Alleen eerste uren vruchtbaar |
| 2 dagen na de ovulatie | Niet vruchtbaar |
Deze tabel laat zien dat de grootste kans op zwangerschap ligt in de twee dagen vóór de eisprong en op de dag zelf.
Download je eigen cyclyskalender
Wanneer kun je het beste vrijen als je zwanger wilt worden?
Als je zwanger wilt worden, is het niet nodig om elke dag te vrijen. Regelmatig vrijen in de vruchtbare periode is voldoende. Veel zorgverleners adviseren om vanaf ongeveer vijf dagen vóór de verwachte eisprong om de dag te vrijen, tot en met de dag van de eisprong. Zo vergroot je de kans dat er op het juiste moment voldoende zaadcellen aanwezig zijn.
Te veel focus op “moeten” kan spanning geven, en stress is niet helpend voor je lichaam. Probeer het dus praktisch te benaderen, maar met ruimte voor ontspanning en plezier.
Wat als je cyclus langer of korter is?
Niet iedereen heeft een cyclus van 28 dagen. Bij een kortere cyclus vindt de eisprong meestal eerder plaats, bij een langere cyclus later. Belangrijk om te weten is dat de tweede helft van de cyclus, de fase na de eisprong, bij de meeste vrouwen ongeveer even lang is: zo’n 12 tot 14 dagen. Het verschil in cycluslengte zit meestal in de eerste helft.
Heb je bijvoorbeeld een cyclus van 24 dagen, dan kan je eisprong rond dag 10 liggen. Bij een cyclus van 32 dagen juist rond dag 18. De vruchtbare dagen verschuiven dus mee met je cyclus.
Hoe weet je wanneer je eisprong is?
Sommige vrouwen voelen hun eisprong, bijvoorbeeld als een lichte steek in de onderbuik. Anderen merken veranderingen in hun cervixslijm: dat wordt helderder, rekbaarder en lijkt een beetje op rauw eiwit. Ook ovulatietesten kunnen helpen om je vruchtbare dagen beter te herkennen.
Daarnaast kan het bijhouden van je cyclus over meerdere maanden inzicht geven. Regelmaat is vaak een teken dat je lichaam in balans is, maar ook een wisselende cyclus kan heel normaal zijn, zeker na een zwangerschap, bij borstvoeding of bij stress.
Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?
Als je langer dan een jaar probeert zwanger te worden zonder resultaat, of langer dan zes maanden als je ouder bent dan 35 jaar, kan het fijn zijn om hierover te praten met de huisarts of verloskundige. Dat betekent niet meteen dat er iets mis is, maar soms helpt het om samen te kijken naar timing, cyclus of andere factoren.
Ook bij extreem onregelmatige cycli, heel pijnlijke menstruaties of langdurig uitblijven van de menstruatie is het verstandig om advies in te winnen.
Lees ook
Download je eigen cyclyskalender
Alle vormen van anticonceptie – welke veilige opties zijn er?
Bronvermelding
Afbeelding: 123rf.com

