“Bedplassen bij peuters en jonge kinderen: hoe ga je ermee om zonder druk of schaamte?” is door Marion Middendorp geschreven voor Peuteren.nl
Bedplassen is voor veel ouders een beladen onderwerp. Overdag gaat de zindelijkheid vaak prima, maar ’s nachts blijft het bed nat. Of nog verwarrender: je kind was al lange tijd droog en begint ineens weer te plassen in bed. Dat kan zorgen oproepen, frustratie geven of twijfel aan jezelf als ouder. Toch is bedplassen veel vaker normaal dan we denken, en in de meeste gevallen geen teken dat er iets ‘mis’ is. Juist een rustige, begripvolle aanpak maakt het verschil.

Wat is bedplassen precies?
Bedplassen, ook wel nachtelijk urineverlies genoemd, betekent dat een kind tijdens de slaap onbedoeld plast. Bij jonge kinderen is dit meestal onderdeel van de normale ontwikkeling. De nachtelijke zindelijkheid loopt vrijwel altijd achter op de zindelijkheid overdag. Dat heeft niets te maken met luiheid, onwil of slecht aanleren, maar alles met rijping van het lichaam en het zenuwstelsel.
Een kind moet ’s nachts drie dingen kunnen: voldoende urine vasthouden, wakker worden van een volle blaas en vervolgens ook daadwerkelijk uit bed durven of kunnen gaan. Die combinatie is voor veel kinderen pas rond de leeftijd van vijf tot zeven jaar volledig ontwikkeld.
Nachtzindelijkheid: wanneer kun je beginnen?
Er bestaat geen vaste leeftijd waarop je moet starten met zindelijkheidstraining in de nacht. De meeste kinderen zijn overdag zindelijk tussen de tweeënhalf en vier jaar, maar nachtelijke zindelijkheid volgt vaak pas later. Voor veel kinderen is vier jaar nog heel jong om structureel droog te blijven in de nacht. Pas rond vijf of zes jaar lukt dit bij de meerderheid vanzelf.
Een goede vuistregel is: begin pas met nachttraining als je kind regelmatig wakker wordt met een droge luier of droog bed. Dat is een teken dat het lichaam er fysiologisch aan toe is. Forceren heeft zelden zin en vergroot vooral de druk en onzekerheid.
Hoe begin je met zindelijkheidstraining in de nacht?
Als je merkt dat je kind er klaar voor lijkt, kun je het rustig introduceren. Laat je kind voor het slapengaan altijd nog even plassen en maak daar een vast ritueel van. Houd de avond rustig en voorkom grote hoeveelheden drinken vlak voor bedtijd, zonder je kind dorstig naar bed te sturen.
Sommige ouders zetten hun kind ’s nachts nog een keer op de wc, maar dit is niet per se nodig en leert het lichaam niet om zelf te reageren. Het doel is juist dat het kind zelf wakker wordt van een volle blaas. Bescherm het bed met een waterdichte onderlegger zodat ongelukjes geen drama worden en benadruk steeds dat nat wakker worden geen probleem is. Oefenen zonder schaamte is essentieel.
Wat als het niet lukt?
Als nachttraining niet werkt, is dat geen falen. Veel kinderen hebben simpelweg meer tijd nodig. Het hormoon dat ’s nachts de urineproductie remt, wordt bij sommige kinderen later aangemaakt. Ook diepe slapers hebben vaker moeite met wakker worden bij een volle blaas. Straf, boosheid of teleurstelling helpen niet en kunnen het probleem juist verergeren.
Blijf benoemen dat je kind er niets aan kan doen. Door spanning weg te nemen, geef je het lichaam juist de ruimte om zich verder te ontwikkelen.
Bedplassen na een lange periode van droog zijn
Soms begint een kind ineens weer te bedplassen terwijl het al maanden of zelfs jaren zindelijk was. Dat kan voor ouders extra verontrustend zijn. Toch is ook dit vaak goed verklaarbaar.
Een veelvoorkomende oorzaak is spanning of verandering. Denk aan de start op school, een verhuizing, de komst van een broertje of zusje, ruzie in huis of een overlijden. Kinderen verwerken stress vaak lichamelijk, en bedplassen kan een signaal zijn dat iets te veel is geworden.
Ook lichamelijke oorzaken spelen soms een rol. Obstipatie komt vaker voor dan gedacht en kan druk geven op de blaas, waardoor urine niet goed wordt vastgehouden. Daarnaast kunnen een blaasontsteking, slaapproblemen of tijdelijke hormonale schommelingen meespelen.
Hoe ga je hiermee om als ouder?
Het belangrijkste is om rustig te blijven en niet meteen te corrigeren of te analyseren waar je kind bij is. Vraag niet waarom het gebeurt, want daar heeft je kind meestal geen antwoord op. Laat vooral merken dat je er samen doorheen gaat.
Kijk of er recent iets is veranderd in het leven van je kind en bied extra nabijheid en veiligheid. Soms helpt het al enorm om dingen te benoemen die spannend zijn, zonder het bedplassen zelf centraal te stellen.
Bij aanhoudend bedplassen na langere droogte, of als je kind er zelf duidelijk last van heeft, is het verstandig om contact op te nemen met de huisarts of jeugdarts. Niet omdat het meestal ernstig is, maar om lichamelijke oorzaken uit te sluiten en geruststelling te krijgen.
Wat kun je beter niet doen?
Straffen, belonen of vergelijken met andere kinderen werkt averechts. Ook het verplicht wakker maken of boos reageren op natte lakens vergroot vaak de spanning. Bedplassen is geen gedragsprobleem, maar een ontwikkelingskwestie. Hoe neutraler je ermee omgaat, hoe sneller het vaak vanzelf verdwijnt.
Lees ook
Slaapwandelen bij kinderen
Tandenknarsen bij kinderen
Bronvermelding
Afbeelding: 123rf.com












































