Knuffelen of laten huilen? Over opvoedadviezen die elkaar tegenspreken

Knuffelen of laten huilen? Over opvoedadviezen die elkaar tegenspreken” is door Marion Middendorp geschreven voor Peuteren.nl

Er zijn weinig onderwerpen waar jonge ouders zó veel tegenstrijdige adviezen over krijgen als over huilen. Laat je je baby huilen, dan zou hij leren zichzelf te troosten. Pak je je kind meteen op, dan zou je hem afhankelijk maken. Knuffel je te veel, dan verwen je. Knuffel je te weinig, dan zou dat schade aanrichten. Wie net ouder is geworden, kan er moedeloos van worden. Want wat is nu eigenlijk écht goed voor je kind?

Het lastige is dat deze adviezen vaak met grote overtuiging worden gebracht. Door boeken, door professionals, door familieleden die “het vroeger ook zo deden” en door andere ouders die precies weten wat voor hen werkte. Maar wat zelden wordt gezegd, is dat opvoeden geen vast recept is. Het is geen wiskundesom met één juiste uitkomst. Het is een relatie, tussen jou en je kind, die zich ontwikkelt in tijd, context en gevoel.

Knuffelen of laten huilen? Over opvoedadviezen die elkaar tegenspreken

Waarom huilen zoveel losmaakt bij ouders

Het geluid van een huilend kind raakt iets dieps. Het is niet alleen lawaai, het is een noodsignaal. Bij veel ouders roept het direct spanning op in het lichaam. Je hartslag gaat omhoog, je voelt onrust of zelfs paniek. Dat is geen zwakte, dat is biologie. Mensen zijn van nature zo geprogrammeerd dat ze reageren op het huilen van hun jong.

Toch wordt die natuurlijke reactie vaak overschaduwd door twijfel. Want ergens heb je gelezen dat je je kind ook moet laten leren omgaan met frustratie. Of dat hij anders nooit zelfstandig zal worden. Of dat je jezelf iets aanleert wat je later niet meer volhoudt. En zo ontstaat er een innerlijk conflict tussen wat je voelt en wat je denkt te moeten doen.

Juist dat conflict maakt opvoeden soms zo zwaar. Niet het huilen zelf, maar de vraag: doe ik het wel goed?

Wat jonge kinderen eigenlijk nodig hebben

Om te begrijpen wat helpend is, is het belangrijk om te kijken naar de ontwikkeling van jonge kinderen. Baby’s en peuters hebben nog geen vermogen om zichzelf te reguleren. Hun zenuwstelsel is volop in ontwikkeling. Dat betekent dat ze emoties niet kunnen dempen, relativeren of parkeren. Als een baby huilt, is dat niet manipulatief en ook geen keuze. Het is een uiting van onvermogen.

Een jong kind heeft daarom een volwassene nodig om emoties samen te reguleren. Door nabijheid, door aanraking, door stemgeluid, door voorspelbaarheid. Dat is geen luxe en geen verwenning, maar een basisvoorwaarde voor emotionele ontwikkeling. Knuffelen, vasthouden en troosten helpen het lichaam van een kind letterlijk tot rust te komen.

Dat betekent niet dat je elk huiltje moet voorkomen of dat een kind nooit mag ervaren dat iets even niet lukt. Frustratie hoort bij het leven. Maar het verschil zit in alleen laten versus begeleiden. Een kind dat huilt terwijl het voelt dat jij beschikbaar bent, ervaart iets heel anders dan een kind dat huilt en geen respons krijgt.

Waar komt het idee vandaan dat je een kind moet laten huilen?

Veel ideeën over laten huilen komen voort uit een tijd waarin zelfstandigheid vooral werd gezien als zo vroeg mogelijk “niet lastig zijn”. Baby’s moesten zich aanpassen aan schema’s, gezinnen waren groot, moeders hadden weinig ondersteuning en rust werd gezien als noodzakelijk om te functioneren.

Daarnaast leeft in onze maatschappij sterk het idee dat emoties iets zijn wat je moet leren beheersen. Huilen wordt al snel gezien als iets wat je moet stoppen, oplossen of afleren. Terwijl huilen bij jonge kinderen juist een communicatiemiddel is. Ze zeggen er niet mee: “ik wil mijn zin”, maar: “ik kan dit nog niet alleen”.

Dat maakt niet dat alle adviezen om een kind soms te laten huilen per definitie slecht zijn. Het maakt wel dat ze vaak te zwart-wit worden gebracht, zonder oog voor context, leeftijd en het temperament van het kind.

Het verschil tussen alleen laten en ruimte geven

Een belangrijk nuanceverschil dat vaak ontbreekt in discussies, is het verschil tussen een kind alleen laten en een kind ruimte geven. Alleen laten betekent dat een kind geen respons krijgt terwijl het overstuur is. Ruimte geven betekent dat je aanwezig bent, maar niet alles overneemt.

Bij een peuter kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je naast hem zit terwijl hij boos is, zonder hem meteen af te leiden of te corrigeren. Je benoemt wat je ziet, je blijft rustig, je biedt nabijheid. Dat is iets heel anders dan de kamer verlaten omdat hij “het maar even moet uitzoeken”.

Kinderen leren omgaan met emoties doordat ze die emoties eerst samen met jou mogen ervaren. Pas later, als die basis is gelegd, ontstaat er ruimte voor zelfstandige regulatie.

Knuffelen maakt kinderen niet zwak

Een hardnekkige gedachte is dat veel knuffelen kinderen afhankelijk zou maken. In werkelijkheid zien we juist het tegenovergestelde. Kinderen die zich veilig gehecht voelen, durven de wereld beter te verkennen. Ze weten dat ze terug kunnen vallen op een veilige basis.

Knuffelen is geen beloning en ook geen strategie. Het is een vorm van verbinding. Het geeft het lichaam van een kind het signaal dat het veilig is. Dat stress mag zakken. Dat emoties er mogen zijn. Dat vertrouwen vormt de basis waarop zelfstandigheid later kan groeien.

Dat betekent niet dat grenzen verdwijnen. Liefdevol opvoeden betekent niet grenzeloos opvoeden. Het betekent dat grenzen worden aangeboden vanuit verbinding, niet vanuit afstand.

En wat als jij het even niet meer trekt?

Er is ook een realiteit die vaak wordt vergeten in opvoedadviezen: ouders zijn ook mensen. Moe, overprikkeld, soms leeg. Het is niet realistisch om altijd beschikbaar te zijn. Soms moet je even afstand nemen om zelf niet te escaleren. Dat is geen falen, dat is zelfzorg.

Het verschil zit in intentie en duur. Even ademhalen, even je kind veilig neerleggen terwijl je zelf tot rust komt, is iets anders dan structureel negeren. Kinderen voelen het verschil tussen een ouder die tijdelijk ruimte nodig heeft en een ouder die emotioneel onbereikbaar is.

Goed ouderschap gaat niet over perfect reageren, maar over steeds weer terugkeren naar contact.

Dus wat is nu echt goed?

Er is geen universeel antwoord dat voor ieder kind en ieder gezin hetzelfde is. Wat wél steeds terugkomt in wat we weten over ontwikkeling, is dit: jonge kinderen hebben nabijheid nodig om te leren omgaan met hun emoties. Troosten en knuffelen beschadigen die ontwikkeling niet, ze ondersteunen haar.

Tegelijk mogen ouders leren vertrouwen op hun eigen gevoel en hun eigen grenzen. Je hoeft geen methode te volgen alsof het een wet is. Je hoeft je kind niet te kneden naar een ideaalbeeld van zelfstandigheid. Je mag kijken naar wie je kind is, wat jij kunt dragen en wat in jullie situatie werkt.

Misschien is dat wel het belangrijkste opvoedadvies van allemaal: minder luisteren naar wat “men” zegt, en meer afstemmen op het kind dat voor je staat. Want opvoeden gebeurt niet in theorie. Het gebeurt in de armen waarin een kind tot rust komt.

Lees ook

15x je baby troosten – en soms ook een beetje jezelf
Het belang van knuffelen: waarom aanraking zoveel meer doet dan we denken

Bronvermelding

Afbeelding: 123rf.com