Van klein begin tot grote stappen

Menu

Mag je peuter ook gewoon boos zijn?

8 min lezen

Je hebt zijn boterham verkeerd doorgesneden. Tenminste, dat begrijp je uit het verontwaardigde gezicht tegenover je. Je peuter wilde twee stukken en nu zijn het er vier. Terug plakken lukt helaas niet, een nieuwe boterham vind je wat overdreven en voor je het weet zit er iemand hartverscheurend te huilen boven een bordje kaas. Je probeert uit te leggen dat de smaak precies hetzelfde is. Dat helpt ongeveer evenveel als je had kunnen vermoeden.

Op zulke momenten kun je behoorlijk aan jezelf gaan twijfelen. Moet je troosten? Bij je besluit blijven? Toch die andere boterham smeren, zodat jullie eindelijk kunnen ontbijten? Ergens wil je vooral dat de rust terugkeert. Zeker als je nog naar je werk moet en je koffie inmiddels koud is.

Toch hoeft die boosheid niet altijd zo snel mogelijk te verdwijnen. Je peuter mag teleurgesteld zijn. Ook over iets wat jij nauwelijks een probleem kunt noemen. De vraag is hoe je hem daarin begeleidt, terwijl je zelf overeind blijft.


Mag je peuter ook gewoon boos zijn
In dit artikel
  1. Waarom je peuter zo ontzettend boos kan worden
  2. Boos zijn mag, ook als jouw antwoord nee blijft
  3. Je hoeft boosheid niet meteen weg te praten
  4. Slaan en gooien vragen wel om een grens
  5. Wat kun je zeggen tijdens een boze bui?
  6. En als het midden in de winkel gebeurt?
  7. Na de boosheid kun je samen terugkijken
  8. Jij mag het ook weleens moeilijk vinden
  9. Je hoeft geen tevreden peuter af te leveren

Waarom je peuter zo ontzettend boos kan worden

Voor jou gaat het om een boterham. Voor je peuter gebeurt er iets waarover hij zelf had willen beslissen. Hij had een voorstelling van zijn ontbijt en ineens ziet het er anders uit. Dat kan op zijn leeftijd een flinke teleurstelling zijn. Hij ontdekt steeds meer dat hij een eigen wil heeft, terwijl het nog lang niet altijd lukt om met een tegenvaller om te gaan.

Daar komt bij dat een peuter vaak meer wil dan hij al kan. Zelf zijn schoenen aantrekken bijvoorbeeld, terwijl zijn hiel ergens halverwege blijft steken. Vertellen wat hem dwarszit, terwijl hij de woorden nog zoekt. Wachten op zijn beurt, terwijl hij die schep nú nodig heeft. Vermoeidheid of honger kan zo’n situatie nog lastiger maken.

Dat betekent niet dat je bij iedere uitbarsting precies moet kunnen achterhalen wat erachter zit. Soms kom je er eenvoudigweg niet achter. Wel helpt het om te beseffen hoeveel je kind nog aan het leren is. Wat voor jou vanzelfsprekend lijkt, vraagt van hem soms meer dan hij op dat moment aankan.

Boos zijn mag, ook als jouw antwoord nee blijft

Het kan ongemakkelijk voelen wanneer je kind boos op je is. Je doet tenslotte je best om goed voor hem te zorgen. Dan is het niet gezellig als hij je aankijkt alsof je persoonlijk zijn hele ochtend hebt verpest. Toch hoef je zijn boosheid niet op te lossen door je besluit terug te draaien.

Je kunt begrijpen dat hij nog een koekje wil en het bij één koekje houden. Je kunt erkennen dat hij graag in de speeltuin blijft, terwijl jullie toch naar huis gaan. Zijn teleurstelling en jouw grens kunnen tegelijk bestaan.

Een eenvoudige reactie is vaak genoeg: “Je wilde nog blijven spelen. Dat snap ik. We gaan nu naar huis.” Misschien begint je peuter daarna alsnog te huilen. Dan heeft jouw uitleg niet per se gefaald. Hij vindt het vertrek nog steeds vervelend.

Natuurlijk mag je ook eens van gedachten veranderen. Soms merk je dat je haastig nee zei terwijl er best ruimte is voor iets anders. Je hoeft niet ieder besluit koste wat kost te verdedigen. Je kunt alleen niet verwachten dat elke redelijke grens ook een tevreden peuter oplevert.

Je hoeft boosheid niet meteen weg te praten

“Zo erg is het toch niet?” Het floept er gemakkelijk uit. Net als: “Daar hoef je toch niet om te huilen?” Vanuit jouw perspectief klopt dat misschien. Er ligt geen wereldprobleem op tafel, alleen een gebroken banaan. Maar je kind voelt wat hij voelt, ook wanneer jij de aanleiding moeilijk kunt volgen.

Probeer daarom eens te beschrijven wat je ziet. “Je bent boos omdat je banaan kapot is.” Daar hoeft niet direct een oplossing achteraan. Even laten merken dat je begrijpt waar het verdriet vandaan komt, kan voldoende zijn om contact te houden.

Dat is overigens geen garantie dat je kind meteen kalmeert. Soms roept hij nog harder dat de banaan héél moest blijven. Je hoeft je erkenning dan niet steeds uitgebreider te formuleren. Zeker midden in een boze bui kunnen veel woorden te veel worden. Blijf in de buurt en geef hem even tijd. Je hoeft van dat moment geen uitgebreid gesprek over gevoelens te maken. Dat gesprek kan wachten tot er weer wat rust is.

Slaan en gooien vragen wel om een grens

Ruimte geven aan boosheid betekent dat je ook helpt wanneer je peuter erdoor overspoeld raakt. Als hij slaat, bijt of met harde spullen gooit, grijp je in. Je kunt zijn hand rustig tegenhouden of het speelgoed waarmee hij gooit buiten bereik leggen. Zeg daarbij kort wat je doet: “Ik laat je niet slaan. Dat doet pijn.”

Probeer je op dat moment te beperken tot wat nodig is. Een lange uitleg over hoe verdrietig zijn broertje nu is, komt waarschijnlijk nauwelijks binnen als je peuter zelf nog buiten zinnen is. Eerst zorg je dat iedereen veilig is. Later kun je samen kijken hoe het verder moet.

Je kunt een alternatief aanbieden, zoals stevig op de grond stampen. Sommige kinderen willen even bewegen, andere zoeken juist jouw schoot op. Een knuffel hoeft niet als je kind die afwijst. Je kunt ook dichtbij blijven zonder hem aan te raken. Zo merkt hij dat je beschikbaar bent, terwijl jij voorkomt dat hij zichzelf of iemand anders pijn doet.

Wat kun je zeggen tijdens een boze bui?

Wanneer je zelf moe bent, liggen de zorgvuldig gekozen opvoedzinnen meestal niet voor het oprapen. Dan kan het prettig zijn om een paar eenvoudige zinnen achter de hand te hebben. “Je had het graag anders gewild” bijvoorbeeld. Of: “Je bent boos. Ik blijf even bij je.” Je hoeft daarbij niet zachter of plechtiger te praten dan je normaal doet. Je kind heeft vooral iets aan woorden die bij jou passen.

Ook een grens kun je kort houden: “De televisie blijft uit.” Als je die al hebt uitgelegd, hoef je niet telkens opnieuw aan de onderhandelingen te beginnen. Blijf beschikbaar voor de teleurstelling die volgt.

Merk je dat praten de boosheid juist aanwakkert? Dan mag je minder zeggen. Ga desnoods op een kleine afstand zitten en wacht even af. Bij het ene kind helpt nabijheid direct, het andere wil eerst wat ruimte. Door te kijken naar de reactie van je peuter ontdek je steeds beter wat hem op zulke momenten helpt. Dat kan van dag tot dag verschillen.

En als het midden in de winkel gebeurt?

Thuis kun je nog rustig naast een huilende peuter gaan zitten. Naast het koekjesschap voelt dat vaak een stuk lastiger. Je hebt boodschappen nodig, er staan mensen te kijken en iemand heeft ongetwijfeld een mening over jouw opvoeding. Voor je het weet ben je vooral bezig met hoe jullie eruitzien voor de rest van de winkel.

Probeer je aandacht terug te brengen naar je kind en wat er praktisch nodig is. Is de plek veilig? Kunnen jullie even naar een rustiger gangpad? Moet je hem helpen om mee te gaan? Je hoeft tegenover omstanders geen uitleg te geven over de reden waarom je peuter op de grond ligt.

Soms kun je de bui afwachten. Soms moet je je kind oppakken en de winkel uit, terwijl hij daar luidkeels bezwaar tegen maakt. Ook dan kun je rustig vertellen wat je doet: “Ik neem je even mee naar buiten.” Er bestaat geen perfecte uitvoering voor zo’n moment. Je mag een onhandige middag hebben waarop de boodschappen maar half lukken.

Na de boosheid kun je samen terugkijken

Wanneer je peuter weer tot rust komt, ontstaat er ruimte voor een kort gesprekje. Houd het eenvoudig en sluit aan bij wat hij al begrijpt. “Je was boos omdat je nog wilde spelen. Toen gooide je met de auto. Daar kun je iemand pijn mee doen.” Vervolgens kun je samen het speelgoed oprapen of kijken hoe het gaat met degene die geraakt werd.

Verwacht geen uitgebreide uitleg van je kind. Op de vraag waarom hij zo boos deed, heeft hij misschien helemaal geen antwoord. Je kunt hem wel helpen woorden te vinden die hij een volgende keer kan gebruiken, zoals “help mij” wanneer iets niet lukt.

Daarna mag het voorval ook voorbij zijn. Je hoeft het niet de hele middag opnieuw aan te halen. Een peuter kan na een flinke huilbui alweer enthousiast over een vuilniswagen vertellen, terwijl jij nog staat bij te komen. Dat snelle omschakelen kan verbazen. Toch hoef je de boosheid niet terug te halen om zeker te weten dat hij er iets van heeft geleerd.

Jij mag het ook weleens moeilijk vinden

Kalm blijven naast een schreeuwende peuter vraagt nogal wat. Vooral wanneer je slecht hebt geslapen, haast hebt of al uren probeert om iedereen een beetje tevreden te houden. Misschien hoor je jezelf harder praten dan je wilde. Misschien zeg je iets waar je meteen spijt van hebt. Dat is een moment om later op terug te komen.

Je kunt zeggen: “Ik schreeuwde net tegen je. Dat was niet fijn. Het spijt me.” De grens die je stelde, mag ondertussen blijven staan. Je kunt sorry zeggen voor je harde stem en nog steeds besluiten dat de televisie uitblijft.

Voel je tijdens een boze bui dat je zelf overloopt, zorg dan dat je kind veilig is en neem heel even afstand als dat nodig is. Vraag je partner om over te nemen als die er is. Je hoeft niet eindeloos door te gaan terwijl je spanning steeds verder oploopt. Ook jij hebt soms tijd nodig om weer rustig te kunnen reageren.

Je hoeft geen tevreden peuter af te leveren

Aan het einde van de dag meet je jouw ouderschap misschien onbewust af aan de sfeer in huis. Was het gezellig? Hoe vaak was er strijd? Had je die uitbarsting kunnen voorkomen? Natuurlijk helpt het om rekening te houden met slaap en op tijd iets te eten aan te bieden. Maar zelfs met alle aandacht van de wereld blijft er weleens een peuter boos omdat de hond op de verkeerde plek ligt.

Je kunt je kind geen leven zonder teleurstelling geven. Je kunt hem wel begeleiden wanneer iets tegenvalt. Door dichtbij te blijven, grenzen te stellen waar dat nodig is en na een lastig moment weer samen verder te gaan.

Dus ja, je peuter mag ook gewoon boos zijn. Op de boterham, op het einde van de speeltijd en soms op jou. Daar hoef je niet onmiddellijk iets aan te veranderen. Misschien zit je even naast hem op de keukenvloer, terwijl zijn ontbijt op tafel wacht. En als hij daar weer aan toe is, help je hem overeind.

Liefs Marion

© Afbeelding: 123rf.com

Lees ook