Tekst: Marion Middendorp |
Foto's: sxc.hu
Wat is een vacuümverlossing
Bij ongeveer 6% van de bevallingen wordt een vacuümextractie toegepast. Het hangt vaak van de voorkeur van de
gynaecoloog af of er een vacuümpomp of
verlostang wordt gebruikt.
In tegenstelling tot de tangverlossing, is hier geen volledige ontsluiting noodzakelijk. Deze ingreep kost echter wel meer tijd dan de tangverlossing. Wanneer je kindje het benauwd heeft, zal er eerder worden gekozen voor de tang.
Een metalen of zacht plastic zuignap (in de vorm van een halve bol) wordt in de schede gebracht en op het hoofdje van je baby geplaatst. Dit kan alleen als het hoofdje al ver in het geboortekanaal zit. Dit duurt ongeveer een kwartier. Het inbrengen kan soms pijnlijk zijn en je hebt kans dat de gynaecoloog een knipje zal zetten.
Als de pomp op de juiste plek zit, zuigt hij een gedeelte van de lucht weg, zodat hij stevig op zijn plaats blijft zitten. In de daaropvolgende wee pers je en gelijkertijd trekt de gynaecoloog je baby langzaam naar buiten. Het is voor je baby niet zo leuk, maar absoluut niet pijnlijk.
Op het hoofdje van je kindje, waar de zuignap heeft gezeten, ontstaat een bult met een rode striem van de rand van het kapje. De bult verminderd na enkele uren en na een paar dagen is er al niets meer van te zien. Je kindje zal een vitamine K injectie krijgen, in verband met eventuele kleine bloedinkjes in zijn hoofdje. Vitamine K werkt bloedstollend.
In sommige ziekenhuizen wordt je kindje vierentwintig uur in de couveuse gelegd, in anderen mag hij vierentwintig uur niet uit zijn bedje worden genomen. Ook zijn er ziekenhuizen waar dit helemaal niet wordt gedaan.