Tekst: Erfocentrum | Foto’s: Guus Pauka
Starten met een goede start: Gezond Zwanger voor Allochtonen, startpunt succesvolle voorlichting rond zwangerschap
Veel is er gezegd over het nut van goede voorlichting rond de zwangerschap voor vrouwen in achterstandssituaties. Het Erfocentrum en het Gezondheidsinstituut NIGZ hebben de handen nu ineengeslagen en hebben hun kennis en ervaring op dit gebied ingezet. Zij kijken nu terug op een succesvol voorlichtingsproject voor allochtone vrouwen. Het project, kortweg Gezond Zwanger voor Allochtonen genoemd, had als doel allochtonen te informeren over de mogelijkheden voor onderzoek en begeleiding rond de zwangerschap. Gezondheid en zwangerschap, erfelijkheid, prenataal onderzoek en de hielprik kwamen hierbij aan bod. Bijzondere aandacht was er voor specifiek bij allochtonen voorkomende erfelijke aandoeningen. De informatie is nadrukkelijk ingebed in de voorlichtingsketen rond zwangerschap. De opzet van Gezond Zwanger voor Allochtonen blijkt zeer effectief om allochtone vrouwen te bereiken met de nodige informatie rond de zwangerschap. Het project dient dan ook als een ‘good practice’.
Nederland kent hoge babysterfte en verschillende kwetsbare groepen
Dit project is van groot belang omdat Nederland de hoogste babysterfte van Europa kent. Onderzoek bevestigt dat Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse en Surinaamse populaties in Nederland een verhoogd risico hebben op zuigelingensterfte. Hierbij lijken onvoldoende bekendheid met van risicofactoren en het zorgaanbod een rol te spelen. Tijdige en complete voorlichting kan hier snel zorgen voor een goede start. Ook de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte benadrukte in haar rapport dat voorlichting aan vrouwen in achterstandssituaties van groot belang is.
Voorlichting door VETC-ers en allochtone zorgconsulenten bij GGD-en
Het rapport Gezond Zwanger is inmiddels officieel uit gekomen. Het project liep van januari 2008 tot en met december 2009. In deze periode zijn 88 VETC-ers en zorgconsulenten van GGD-en in Nederland getraind. Zij gaven vervolgens ruim 100 groepsvoorlichtingen aan ongeveer 1400 allochtone vrouwen. VETC-ers zijn voorlichters in eigen taal en cultuur, die op laagdrempelige locaties voorlichting geven over gezondheid en opvoeding. Voor de voorlichting is gebruik gemaakt van een speciaal ontwikkeld lespakket. Al dit doelgroepspecifieke materiaal is ontwikkeld door het Erfocentrum en het Gezondheidsinstituut NIGZ op basis van hun kennis van gezondheidsvoorlichting en ervaring met voorlichting.
Het bleek dat zwangerschap en erfelijkheid voor veel allochtonen belangrijke onderwerpen zijn. De gesprekken maakten veel los bij de doelgroepen. En ze leverden informatie op waarmee de voorlichting in de toekomst nog verder verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld door verloskundigen en artsen te wijzen op kennislacunes en de misverstanden die er kunnen ontstaan in de communicatie tussen zorgverlener en zorgvrager.
Enkele quotes: “In de cursus heb ik gehoord over de ervaringen van andere vrouwen. Ik was blij. Nu weet ik dat ik niet de enige ben die het moeilijk vindt om te zeggen wat ik voel en wat ik wil.” En: “Ik had nog nooit van foliumzuur gehoord. Ik slik altijd vitaminen, ik dacht dat dat wel genoeg was.”
Conclusie: een goede start
Gezond Zwanger voor Allochtonen sluit nauw aan bij de adviezen van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte om meer laagdrempelige voorlichting over dit thema aan te bieden. Het project dient bij voorkeur ingepast te worden in een lokaal multidisciplinair programma m.b.t. het terugdringen van perinatale sterfte en het bevorderen van de gezondheid. Zoals in Klaar voor een Kind, het programma van GGD Rotterdam-Rijnmond en het Erasmus Medisch Centrum. Het Erfocentrum en NIGZ zien dit project als een startpunt om Gezond Zwanger voor Allochtonen verder te implementeren in Nederland. Op basis van de ervaringen kan toekomstige voorlichting nog effectiever ingezet worden. Bovendien kan deze voorlichting ook verder uitgebreid worden naar andere achterstandsgroepen zoals autochtone Nederlanders met een lage sociaal economische status.
Ook zal informatie voor de allochtonen zelf makkelijker toegankelijk moeten worden gemaakt. Bijvoorbeeld via een website waar deze doelgroepen doelgroepspecifieke informatie vinden. Via deze site kunnen ook VETC-ers en andere zorgverleners voorzien worden van actuele informatie.
Daarnaast verdient het aanbeveling om het netwerk van VETC-ers en andere allochtone voorlichters verder te versterken en goed in te bedden in de bestaande zorgstructuren.
Dit project is tot stand gekomen door projectfinanciering door een aantal fondsen[3]. Een structurele oplossing voor financiering van dit soort voorlichtingsprogramma’s is hard nodig om meer vrouwen in achterstandssituaties te kunnen bereiken.