Afbreken van de zwangerschap
Mocht je besluiten je zwangerschap te laten afbreken, dan is de methode afhankelijk van de duur van de zwangerschap.
Tot een zwangerschapsduur van ongeveer 13 weken wordt de baarmoeder met een slangetje leeggezogen. Dit wordt een vacuümcurettage genoemd. De ingreep wordt door de gynaecoloog in het ziekenhuis uitgevoerd onder narcose of plaatselijke verdoving; de gynaecoloog geeft je meer informatie. In een enkel ziekenhuis wordt een vacuümcurettage ook uitgevoerd bij een zwangerschap die enkele weken verder gevorderd is.
Vanaf 13 weken is afbreken van de zwangerschap alleen mogelijk door het voortijdig opwekken van weeën. Meestal gebeurt dit door middel van een infuus met bepaalde weeopwekkende hormonen (prostaglandine). Na circa 24-48 uur komen de weeën op gang en wordt het kindje geboren; in bijna alle gevallen is het kind dan overleden. Als je erom vraagt kun je iets tegen de pijn krijgen. Het komt wel voor dat de placenta na afloop onder narcose moet worden verwijderd.
De baarmoeder wordt door een zwangerschapsafbreking niet beschadigd. Er zijn dus geen gevolgen voor een nieuwe zwangerschap.